Simple as 1-2-3...


  photocredits: © Wim Wyloeck photography

photocredits: © Wim Wyloeck photography

Zoals ik al aangaf in de vorige blogpost, laat je die automatische stand vanaf nu maar gewoon voor wat het is, goed?

Vanaf vandaag ga je experimenteren met die andere lettertjes die op dat draaiwieltje staan…

Stap voor stap geef ik je een beetje informatie, en soms ook wat opdrachtjes…
Noem het maar wat huiswerk om te zien of je de les goed begrepen hebt…

Want het is eigenlijk niet moeilijker dan tellen tot 3.

Drie basisprincipes die je al een heel eind brengen in het begrijpen van hoe een fototoestel werkt…

de BELICHTINGSDRIEHOEK…

Want fotograferen betekent dan ook letterlijk ‘schrijven/tekenen met licht’, en er zijn 3 factoren* die dat licht beïnvloeden…

 

 

1.  ISO

ISO is de gevoeligheid van die sensor in je camera ten opzichte van het licht dat erop valt.

Moeilijker of technischer hoef ik dat momenteel echt niet te maken.
De meeste toestellen starten met een ISO-waarde van 100, en afhankelijk van het cameramodel kunnen die behoorlijk hoog oplopen, tot vb. 12800 of 25600.

Die ISO-waarde kan je op de automatische stand niet zelf ingeven, de camera bepaalt het zelf, en dus heb je geen controle over de ruis in je beeld… En da’s toch niet de bedoeling hé?

Onthou vooral gewoon op dit moment -
hoe LAGER het ISO getal, hoe minder ruis je krijgt in je beeld…

Uiteraard zoom ik in een verdere blogpost wel wat meer in detail in op ISO.

 

2. DIAFRAGMA

Ofwel, hoeveel licht laat de opening van je lens naar binnen

Op de meeste toestellen kan je die waarde zelf ingeven in de stand aangegeven met lettertje A of Av - niet te verwarren met de A van automatisch natuurlijk :-)

De letter A refereert naar het Engelse APERTURE (diafragma).
Een getalletje geeft jou die waarde en afhankelijk van je lens loopt die vb. van 1,8 tot 22.

En door een klein of net een groot getal te kiezen krijg je leuke visuele effecten in je beeld…
Zoek de verschillen :-)

Ook hier volgt later een uitgebreide blogpost met meer informatie, maar op dit moment onthou je vooral -

hoe LAGER het getal, hoe meer licht naar binnen komt…

 

3. SLUITERTIJD

Ofwel, hoe lang blijft de sensor blootgesteld aan licht

Deze getallen worden in (fracties van) seconden weergegeven… 
En je kan ze zelf kiezen in de stand met lettertje S of Tv (afhankelijk van het merk van je camera). S voor SHUTTERSPEED (sluitertijd in het Engels) of Tv voor TIME VALUE.

Een waarde van 1 betekent 1 sec. lang licht binnen laten, de waarde 1/1000 betekent dat het licht amper gedurende een duizendste van een seconde binnen gelaten wordt - Heel erg kort dus :-)

En zoals je al kan vermoeden, ook hier geeft je keuze een bepaald visueel effect weer…

Uiteraard kom ik ook hierop later terug in een uitgebreide blogpost…

Voorlopig onthou je hier vooral -

alles langer dan de waarde 1/60 (da's de waarde waarop je nog zonder statief kan fotograferen) een soort van beweging in je beeld geeft en alles korter dan 1/60 bevriest de actie.

 

3 basisbegrippen in de belichtingsdriehoek dus… 

ISO spreekt voor zich, maar ik weet uit ervaring dat diafragma en sluitertijd soms wel eens voor verwarring kunnen zorgen…

Vergelijk het even met een tuinslang… 

Het diafragma kan je vergelijken met de diameter, de dikte van de tuinslang… 
Hoeveel water er dus tegelijk door die opening kan.

En de sluitertijd is eigenlijk niks anders dan hoelang je de kraan laat openstaan… 
Laat je het water gedurende 1 seconde of 5 seconden lopen...

Zo, tot zover een kleine technische introductie...
Sla maar aan het experimenteren nu... :-)
Je merkt vast en zeker aanzienlijke verschillen tussen de verschillende instelmogelijkheden.

En een leuke reactie achterlaten mag natuurlijk altijd hé, of deel de blog gewoon op je facebook en laat anderen ook meeleren... :-)

Photogreetz, WWY.

 

* natuurlijk zijn er nog andere factoren, maar laten we vooral niet lopen voor we kunnen stappen :-)